Ok, sorry
Maar ik kan niet beloven dat ik het nooit meer zal doen
Excuus (flauw)
door Jill
Ok, sorry. Ik heb verzaakt aan mijn plicht, namelijk om u op de laatste vrijdag van de maand juli een nieuwsbrief te sturen. Ik heb ook helemaal geen excuus. Of wel:
Zo stond het in mijn to-do lijst. In die volgorde. Ziet ge het probleem? De zon scheen. Het was vrijdag. Er slenterden Hollanders langs mijn raam die probeerden te snappen wat de Gentse Feesten waren. (Eentje probeerde het woord ‘amai’ uit, in een poging tot assimilatie. Schattig dan wel aandoenlijk, ik ben er nog niet uit.) Enfin, ge voelt, het wringde. Het wrong. De tekstcorrector begon de dingen beter te weten dan ik. En toen wist ik: het is tijd.
Tijd om eens niet te doen wat ik normaal heel diligent doe. En met liefde, dat voeg ik graag toe. Want dit schrijven heet niet voor niets ‘graag geschreven’.
Soms zijn er gewoon dagen dat ik nog grager de deur in het slot laat vallen voor twee weken dan nog meer te schrijven.
Ik vertel het u met schaamrood op de wangen. Echtig waar. Maar goed, dat hebt ge dan met nieuwsbrieven die niet geschreven zijn door ChatGPT: ze zijn defectueus. (Ook dat woord wordt schaamteloos door de AI rood onderlijnd. Ik waan me weer bij Juffrouw Carine in het derde studiejaar. Maar goed, ik wijk af, straks gaat ge nog denken dat ik hier maar wat bij mekaar ratel in deze maandelijkse nieuwsbrief. Gewoon, woorden. Omdat het zo lekker rikketikt op het toetsenbord. Ik besef dat ik de haakjes nog altijd niet gesloten heb. Ok. Bye!)
Er gebeuren gebeurtenissen
door Ilona
Er is iets uit elkaar geklapt, en alles wat ooit zou worden, begon. Er werd uit het water gekropen, gesparteld, gemuteerd en uiteindelijk rondgelopen met poten. Iemand werd uit andermans rib gehaald, er werd in iets sappigs gebeten en toen moesten ze weg. Stenen bevonden zich hoog en driehoekig op elkaar gestapeld in het woestijnzand. Een houten kruis werd behangen met een man, en vanaf dat moment werd er in zijn naam veel gebouwd, gevochten en geschreven. Er is ergens met een schip aangekomen, aan een overkant waar al mensen waren, en toch werd het ontdekt en overgenomen. Een Franse koningin verloor haar hoofd en een onschuldige bunker betekende het einde van een beruchte snor. De maan zag zichzelf betreden worden en door een vlag tot bezit verklaard. Er werd zo lang van bomen ontdaan en naar grondstoffen gegraven dat de temperatuur op aarde besloot te stijgen. En ergens, in een geëvacueerd ziekenhuis in Gaza, werden vier kwetsbare levens beëindigd bevonden.
Wij zijn mensen van het woord. We leven ervan, ervoor en erin. Wij weten heel goed wat de waarde van woorden is. Woorden scheppen de waarheid. Een zin kan sussen of slaan. En hoe je iets zegt of schrijft, is nooit zomaar zo. Het is een keuze, en soms een daad.
Sinds een jaar of twee (twee winters, drie verkiezingen, honderdduizenden doden en meer van dat geruis) zien we hoe mediabureaus de taal, en zo de waarheid, op rekbaarheid testen. Hoe ze een nieuwe taal hebben uitgevonden om te vertellen over de wereld van vandaag. Een taal die spreekt, maar niets betekent. Verdoezeltaal.
Ze is makkelijk te herkennen als je eenmaal weet waar je op moet letten. Passief en onpersoonlijk zijn haar lievelingskleren. Ze laat dingen gebeuren, maar noemt liever niet wie ze doet. Als wij klanten helpen om hun stem te vinden, zeggen we nochtans bijna altijd: vermijd de passieve vorm. Ze is log, stoffig, vaag en niet van deze tijd. Zeg wat je doet. Zeg wie je bent. Zeg waarom. Maar ja. Dan moet je dat natuurlijk wíllen zeggen. En dat wil de verdoezeltaal meestal niet. De verdoezeltaal heeft geen daders.
Er worden dingen gedaan.
Er gebeuren gebeurtenissen.
Er worden overwegingen overwogen.
Er worden maatregelen geregeld.
Er vindt honger plaats.
Er ontstaat puin.
Soms heeft de verdoezeltaal wél daders. Soms zijn het de slachtoffers zelf die iets hebben gedaan, zoals sterven. Of is het een dader die eigenlijk geen dader kan zijn, omdat het geen mens is. Dan heeft niemand iets gedaan, en is toch alles kapot.
Bommen vallen.
Biepers ontploffen.
Vrachtwagens vol voedsel wachten aan de grens.
Vuur vernietigt een tentenkamp.
Hongersnood heerst.
Oorlog eist slachtoffers.
De verdoezeltaal is een rookgordijn. Ze is bedacht om te bedekken. Ze maakt de daad los van de dader, de schade los van de keuze, de pijn los van de hand die haar toebracht. Ze zorgt ervoor dat we niet te goed kijken naar wat er eigenlijk, zogezegd, misschien, vermoedelijk, blijkbaar gebeurt. Dat we niet te boos worden. Dat we verder scrollen.
Of zijn het dan toch de mediabureaus die dat doen?
Misschien kunnen we het ook eens proberen. In de taal die zij verstaan. Gewoon even. Om iets terug te zeggen.
De geschiedenis zal niet lief zijn voor The Washington Post.
De waarheid zal uiteindelijk onontkoombaar blijken voor The New York Times.
Er zal met de vinger gewezen worden naar The Guardian.
De wereld zal geweten hebben wat de BBC verbloemde.
En niets zal vergeten zijn.
Graag geschreven,
Ilona en Jill








🙏🏻 goed van brief - Dankjullie!
:)(